Preimineervlieg biologisch bestrijden in de preiteelt

Controleer preiblad op rijen witte prikstippen en onderzoek de preischacht. De preimineervlieg, Phytomyza gymnostoma, maakt op preiblad rijen witte stippen en graaft als larve gangen binnen de plant. Bruine cilindervormige poppen kunnen in stengel- en boldelen zitten. Insectengaas beschermt de planten zolang de volwassen vliegen eitjes leggen; de piek ligt in maart–april en september–november. Vruchtwisseling is nodig, omdat vliegen uit poppen onder het gaas kunnen komen. Vrouwtjes prikken in het blad om zich met het uittredende sap te voeden. Daardoor ontstaan kenmerkende lijnen met witte stippen. Later worden gangen, maden en poppen binnen in het gewas zichtbaar.

Bij de preimineervlieg hoort controle van plantgoed vóór het uitplanten en een goed verankerde afdekking, zodat er geen openingen tussen grond en gewas ontstaan. De larve van de preimineervlieg is wit en pootloos, zonder duidelijk zichtbare kop. Preimotrupsen zijn roomwit met bruine kop en kleine poten. De preimineervlieg kan bruine poppen in de plant achterlaten; preimot verpopt gewoonlijk buiten het plantweefsel.

Naast prei zijn ui, bieslook, sjalot en knoflook waardplanten van de preimineervlieg. De gangen en beschadigde weefsels kunnen gevolgd worden door secundaire schimmel- en bacterierot. In het voorjaar kunnen larven ook verdraaiing van bladeren veroorzaken; dat kan op weersgerelateerde vervorming lijken. Verpopping gebeurt vooral binnen in stengels en bollen.

Sommige poppen kunnen in de bodem terechtkomen, bijvoorbeeld wanneer planten wegrotten. Er is een voorjaarsgeneratie en een latere generatie; de tweede is doorgaans schadelijker. Volwassen vliegen hebben een geel voorhoofd, witte halters en gele dijuiteinden bij de knie. Het mannetje heeft aan het achterlijf een geel V-vormig teken, terwijl het overeenkomstige uiteinde bij het vrouwtje zwart is. Halters zijn de omgevormde achtervleugels van echte vliegen.

De witachtige eitjes zijn licht gebogen en ongeveer een halve millimeter lang. Maden worden uiteindelijk circa acht millimeter lang. Eitjes, larven en poppen kunnen tussen de lagen van blad, schacht of bol zitten. Trek daarom bij een diagnostisch monster niet alleen het buitenblad weg. De witte stippen staan meestal richting de bladtop. Larven maken recht naar beneden lopende gangen richting de plantbasis. Andere mineerders kunnen juist onregelmatige, kronkelende mijnen maken.

Zomerrust en overwintering vinden plaats in het popstadium. Poppen kunnen in oogstbaar materiaal meereizen of in gewasresten en bodem achterblijven. Ga vóór hergebruik van een bed na waar de aangetaste planten stonden. Bij herhaalde teelt van vatbare gewassen op dezelfde grond kunnen vliegen uit achtergebleven poppen onder het gaas verschijnen.

De preimineervlieg raakt alle alliumgewassen en kan de verkoopbaarheid verminderen of tot volledig gewasverlies leiden. Slechts een klein deel van de prikken in het blad bevat daadwerkelijk een ei.

Preimot biologisch bestrijden in de preiteelt

Insectengaas moet het hele groeiseizoen blijven liggen en vruchtwisseling voorkomt dat een populatie onder het gaas groeit. Acrolepiopsis assectella heeft roomwitte rupsen met een bruine kop en kleine poten. Zij vreten binnen in blad en schacht. Gaas voorkomt dat de vrouwtjes eitjes leggen. Witte plekken ontstaan doordat rupsen inwendig bladweefsel opeten. Oudere larven kunnen in stengels en bollen boren. Aangetaste planten kunnen secundair rotten en jonge preiplanten kunnen afsterven.

Volgroeide rupsen verlaten de plant en verpoppen in netachtige zijden cocons op het blad. Cocons op het blad kunnen worden opgezocht en stukgedrukt. Loopkevers en kortschildkevers kunnen poppen eten.

Jonge rupsen mineren eerst in het blad en gaan later naar stengel- of boldelen. Er volgen meerdere generaties. Volwassen motten overwinteren op beschutte plekken. De volwassen preimot is een kleine onopvallende bruine mot. Ook ui, sjalot en knoflook kunnen vraat in stengel- en boldelen krijgen.

Leafwrit

Houd uw spuitregistratie op één plek bij. Gratis beginnen.

Op de voorvleugel staat een witte driehoek met kleinere witte tekeningen ernaast. De voorvleugels variëren van lichtbruin tot zwart; achtervleugels zijn lichter. Volwassen motten vliegen en paren hoofdzakelijk in de duisternis en worden overdag zelden vliegend gezien. Eitjes worden afzonderlijk gelegd, vooral onderaan het blad en vaak bij de plantbasis. De jonge rupsen mineren meteen na uitkomen en kunnen door gevouwen bladeren naar het centrum boren. Daarbij ontstaat een reeks kleine gaatjes. In ui vreten ze in het holle blad. Cocons kunnen ook op de grond en op naburige planten zitten. De roodbruine pop ligt in een losse witte netstructuur. Uitrekken kan de mazen van insectengaas vergroten. Er moet voldoende ruimte voor de groei van het gewas blijven. Insecten kunnen soms door het gaas heen eitjes leggen wanneer het direct tegen het blad rust.

Insectengaas verhoogt de luchtvochtigheid onder de afdekking; dat kan ziekten zoals Botrytis en valse meeldauw bevorderen, en slakken. Blijf daarom onder het doek ook naar andere schade kijken en onderscheid een vraatgat met slijmsporen van een mijn met een roomwitte rups en bruine kop.

Preivlieg biologisch bestrijden in de preiteelt

Onderzoek de plantbasis op schade door preivlieg. Preivlieg, Delia antiqua, boort als larve net boven de wortelkrans in de plant en tast de wortelplaat aan. Vooral op het zaaibed kan daardoor veel uitval ontstaan. Insectengaas over het zaaibed beperkt de schade aanzienlijk. Delia antiqua heet ook uienvlieg, in het Engels onion fly.

Let op de schadeplaats om preivlieg van preimineervlieg en preimot te onderscheiden: preivlieglarven eten aan de wortels en plantbasis in plaats van binnen het blad. Oudere aangetaste planten kunnen geel en verwelkend buitenblad krijgen.

Preivlieg wordt gevolgd met blauwe plakvallen. Nematodenmengsels kunnen jonge Delia-larven in de bodem bestrijden en ook andere bodeminsecten treffen. Steinernema feltiae en Heterorhabditis bacteriophora kunnen Delia-soorten infecteren; de bodemomstandigheden beïnvloeden de werking. Vraag bij de aanschaf van nematoden naar de soort en het doelstadium en controleer bodemvocht en temperatuur voor toepassing in de wortelzone. De witte pootloze maden kunnen zich via de grond naar andere planten verplaatsen. De verpopping vindt in de bodem plaats, anders dan bij de preimineervlieg, die in blad en eetbare delen verpopt. Loopkevers en kortschildkevers eten wortelvretende maden.

Vergelijk Delia antiqua met Delia platura, de bonenvlieg. Beide volwassen dieren lijken op kleine huisvliegen. Ook de larven zijn moeilijk te onderscheiden; voor zekere herkenning is vaak microscopisch onderzoek nodig. Lever daarom een compleet exemplaar aan en gebruik grootte of kleur alleen als beschrijving. Noteer bij een verdachte made waar u haar vond: kiemend zaad, wortel, wortelplaat of bol. Bij larven telt de voorste ademhalingsopening 8 papillen bij uienvlieg en 6 bij bonenvlieg.

Bonenvlieglarven gaan vaker naar zaden en kunnen jonge uien beschadigen. Delia antiqua tast eveneens jonge planten aan, terwijl latere generaties ook in groeiende bollen vreten. Witte langwerpige eitjes liggen op of nabij het bodemoppervlak bij de plantbasis. De maden zijn roomwit en pootloos. Koele vochtige grond met veel organisch materiaal bevordert hun overleving.

Vruchtwisseling verkleint het risico op schade, mits de afstand tot overwinteringsplekken groter is dan 1,6 km. Bollen die na de oogst achterblijven en opslaguien zijn in het begin van het seizoen waardplant voor larven; ruim oogstresten, afvalbollen en opslaguien daarom op. Volwassen vliegen komen vanaf mei uit overwinterde poppen en leggen eitjes bij de hals van jonge bladeren of in de grond ernaast; elk vrouwtje legt meer dan 200 eitjes.

Er kunnen drie generaties per jaar voorkomen. Bij de steriele-insectentechniek worden opgekweekte mannetjes met straling onvruchtbaar gemaakt. Na uitzetten concurreren ze met wilde mannetjes om paring. Deze techniek wordt bij uienvlieg in Nederland en Québec toegepast maar is door kosten en arbeid niet breed in gebruik.

Volgende stap

Controleer bij een voorgenomen inzet van levende bestrijders de uitleg over soorten en toestemming.