Buxusmot biologisch bestrijden: herken ook de buxusrups

De rupsen van de buxusmot veroorzaken de schade aan buxus. Oudere rupsen zijn felgroen met een zwarte kop, zwarte stippen en zwarte en lichte lengtestrepen.

De aantasting begint meestal onderaan de struik. Rupsen vreten bladeren en kunnen ook de bast aantasten. Bij zware vraat blijven soms alleen bladskeletten over. Tussen de spinsels zitten uitwerpselen en resten van de vervelling. Poppen zitten verborgen tussen de bladeren: aanvankelijk groen, later lichtbruin met een donker patroon. Volwassen motten zijn grotendeels wit met een bruine rand, of grotendeels lichtbruin met een witte vlek op de voorvleugels.

Verwijder zoveel mogelijk grote rupsen en poppen met de hand. Door tegen de plant te slaan of eraan te schudden valt een deel van de rupsen eruit. Zoek daarna in de plant naar achtergebleven rupsen en knip de spinsels weg. Herhaal dit om de paar weken. Zwaar aangetaste struiken verwijdert u volledig of knipt u zo laag mogelijk af. Voer afgeknipte takken en verwijderde struiken af in een afgesloten zak of goed afgesloten container.

Kijk bij de controle ook op de bladranden en binnenin de struik, want daar zitten de rupsen en poppen verborgen. Er komen steeds weer motten uit de omgeving die eitjes leggen. Controleer de buxus daarom vanaf het voorjaar en de hele zomer om de paar weken op nieuwe rupsen.

Natuurlijke vijand van de buxusmot en de buxusrups uitzetten

Een natuurlijke vijand van de buxusmot of de buxusrups zet u niet zomaar uit. Het uitzetten van dieren of hun eieren is verboden als ze in de omgeving terecht kunnen komen. U mag alleen soorten uitzetten die vergunningvrij zijn of waarvoor al toestemming is; voor alle andere soorten vraagt u een omgevingsvergunning aan. De vergunningvrije bestrijders staan in Bijlage VIIb van de Omgevingsregeling.

Middelen op basis van micro-organismen, zoals schimmels en bacteriën, zijn gewasbeschermingsmiddelen. In Nederland mogen alleen middelen worden verkocht en gebruikt die het Ctgb tot de markt heeft toegelaten. Dit geldt ook voor groene of biologische middelen. Of een bestrijdingsmiddel tegen buxusmot is toegelaten, controleert u in de Bestrijdingsmiddelendatabank van het Ctgb.

Tuincentra en kwekerijen bieden diverse andere planten aan als alternatief voor buxus. Die soorten hebben geen last van de buxusmot en de buxusschimmels.

Buxusschimmel biologisch bestrijden in de boomkwekerij

Bij buxusziekte door Calonectria worden bladeren bruin en vallen ze af. Jonge stengels kunnen zwarte strepen vertonen. Bij vochtig weer zijn witte sporenmassa's aan de onderzijde van geïnfecteerde bladeren te zien; bij Volutella zijn die sporenmassa's roze. De twee nauw verwante veroorzakers zijn Calonectria pseudonaviculata en Calonectria henricotiae. Cylindrocladium buxicola is een oudere naam.

Bij kaalvraat door buxusmot ziet u webachtig spinsel, groen-zwarte rupsen en uitgegeten bladranden.

Goede teeltpraktijk, rassenkeuze, hygiëne en het stimuleren van natuurlijke vijanden zijn de eerste lijn van beheersing. Chemische middelen mogen alleen minimaal en gericht worden ingezet.

Houd commercieel gekochte planten minstens vier weken apart om te zien of ze vrij zijn van infectie voordat u ze uitplant. Kwekerijen kunnen fungiciden gebruiken die de schimmel onderdrukken maar niet doden; tijdens de isolatie wordt de onderdrukte ziekte zichtbaar. Stek van gezonde eigen buxus verkleint de kans op insleep. Warm en vochtig weer bevordert de verspreiding snel.

Knip minder vaak voor meer ventilatie en snoei alleen bij droog weer. Vermijd bovenbevloeiing, want buxusschimmel gedijt bij vochtige omstandigheden. Snoei een haag met een bolle bovenkant in plaats van een platte. Breng mulch aan onder de planten om opspattend regenwater te beperken. De schimmels overleven op afgevallen blad en verspreiden zich via water. De mens heeft ze ook wijd verspreid, vooral via geïnfecteerde planten uit kwekerijen.

Verwijder bij droog weer gevallen blad uit het midden en rond de voet van aangetaste planten en schraap de bovenste laag grond af. Verpak het besmette materiaal in een zak, zodat er geen resten rondvallen, en gooi het met het restafval weg; composteer het niet. Reinig snoeigereedschap met een tuindesinfectiemiddel of milde bleekoplossing tussen verschillende delen van de tuin en tussen tuinen.

Buxussoorten en cultivars verschillen in gevoeligheid. Buxus sempervirens en de dwergvorm 'Suffruticosa' zijn zeer gevoelig. Cultivars van B. microphylla zijn in het algemeen minder gevoelig dan die van B. sempervirens. Minder gevoelig zijn onder meer 'Faulkner', 'Rococo' en 'Trompenburg'. Bij lichte aantasting knipt u de aangetaste delen weg of uit; sterk aangetaste buxusplanten rooit u en vernietigt u.

Beide Calonectria-soorten kunnen ook onbeschadigde planten infecteren. Op gevallen blad overleven ze tot zes jaar als ruststructuren of schimmeldraden.

Eikenprocessierups biologisch bestrijden in professioneel groenbeheer

De terreineigenaar of beheerder is verantwoordelijk voor beheersing en bestrijding van de eikenprocessierups. Vaak is de gemeente, de provincie of Rijkswaterstaat de eigenaar.

Natuurlijke vijand van de eikenprocessierups: de koolmees

Beheersing komt eerst: de leefomgeving onaantrekkelijk maken voor de rups, bijvoorbeeld door natuurlijke vijanden in te zetten. Pas als er overlast ontstaat of dreigt te ontstaan, is bestrijding nodig.

Leafwrit

Houd uw spuitregistratie op één plek bij. Gratis beginnen.

De koolmees is een natuurlijke vijand van de eikenprocessierups: koolmezen voeren hun jongen vooral rupsen. Rijkswaterstaat combineert in 2026 natuurlijke vijanden met gerichte maatregelen op drukbezochte locaties. Langs het Amsterdam-Rijnkanaal hangen honderden nestkasten om koolmezen aan te trekken. Op drukbezochte plekken zuigt Rijkswaterstaat nesten weg met speciaal materieel. Eerst worden locaties gemonitord om vast te stellen waar de grootste concentraties zitten. Na een behandeling wordt gecontroleerd of nieuwe nesten ontstaan. Doet u dit werk zelf, draag dan beschermende kleding en controleer behandelde plekken later opnieuw op nieuwe nesten.

De eikenprocessierups is de rups van een nachtvlinder en leeft vooral op eiken. De rupsen gaan 's nachts groepsgewijs op zoek naar eikenbladeren. Ze maken spinselnesten in bomen en kruipen tegen de avond in rijtjes over stam en takken. De brandharen veroorzaken jeuk, huiduitslag en irritatie aan ogen en luchtwegen. Ze verspreiden zich makkelijk met de wind en bij het maaien van gras.

Dieren krijgen dezelfde klachten als mensen; vooral paarden zijn gevoelig. Laat een hond niet uit in de buurt van bomen met eikenprocessierups, zodat hij niet aan een nest snuffelt of erin bijt. Laat (weide)dieren minstens 10 meter van zo'n boom vandaan grazen. Gebruik gras dat vlak bij een besmette boom groeit niet voor hooi en kuilgras. Haal hooi of ander diervoeder met brandharen direct uit de handel en meld het bij de NVWA.

Ziet u een nest of een rij rupsen langs een weg, zoek dan uit wie de wegbeheerder is. Meld de boom met de locatie en een foto die u van een afstand maakt. Raak het nest niet aan en maak het niet open om een duidelijkere foto te krijgen.

Bestrijdingsmiddel tegen eikenprocessierups: wie mag het gebruiken?

Chemisch bestrijden van de eikenprocessierups mag alleen door een professionele bestrijder, met een middel dat het Ctgb heeft toegelaten. Dat geldt ook voor veel biologische middelen, bijvoorbeeld middelen op basis van een micro-organisme. Schakelt u een bestrijder in, vraag dan welk middel hij gebruikt en zoek de toelating op in de Ctgb-databank.

Biologische rupsenbestrijding in fruit- en groenteteelt

Bepaal eerst de soort, de vindplaats en het ontwikkelingsstadium. Controleer rupsen in bladrollen, vruchten en stengels, en niet alleen de vangst van volwassen motten. Noteer motvangsten apart van levende rupsen in het gewas. Rupsen zijn de larven van vlinders en motten. Kleine rupsen schaven aan de onderkant van het blad, waardoor venstervraat ontstaat. Grotere rupsen vreten ook bloemen, vruchten en groeipunten aan. Sommige soorten maken mijnen in bladeren of boren zich in een vrucht of stengel. Bladrollers leven vaak in opgerolde bladeren.

Feromoonvallen ondersteunen de vroege detectie en massale vangst van volwassen motten. Nuttige nematoden richten zich op rupsenlarven: ze dringen het plaaginsect binnen en geven symbiotische bacteriën af in de lichaamsholte.

Timing en frequentie van een nematodenbehandeling hangen af van de plaagsoort en de omgeving van het gewas: relatieve luchtvochtigheid, bodemvochtgehalte en temperatuur. Nematoden zijn gevoelig voor ultraviolet licht, dus gebruik ze niet in direct zonlicht. Verspuit 's avonds, of soms 's ochtends. Meng het nematodenproduct Entonem voortdurend, zodat de nematoden niet naar de bodem van de spuittank zakken, en gebruik de spuitoplossing direct na bereiding.

Spinselmot biologisch bestrijden in professionele boomteelten

Spinselmotlarven eten gezamenlijk onder zijden webben. De rupsen zijn roomwit met zwarte stippen. Kijk bij rupsen op een appelboom of ze gezamenlijk in spinsels leven. Elke soort heeft een eigen waardplantenreeks: appelspinselmot op de appelboom, kardinaalsmutsspinselmotten op Euonymus, vogelkersspinselmot op Prunus padus en gewone spinselmot op meidoorn, sleedoorn en wilde kers.

Het spinsel is te onderscheiden van dat van buxusmot, bastaardsatijnvlinder en eikenprocessierups. De aantasting kan sterk opvallen, maar planten herstellen vaak. Ontbladering is het zwaarst bij kleine bomen en planten. De vitaliteit van waardplanten lijdt er op lange termijn niet onder, en de vraat kan waar mogelijk worden getolereerd.

Controleer vanaf het voorjaar op larven en verwijder ze waar mogelijk met de hand. Omdat de rupsen samen leven, kunt u soms aangetaste scheuten uitknippen. Natuurlijke vijanden zoals vogels, egels en loopkevers helpen mee. De rupsen verpoppen binnen het spinsel.

Elzenhaantje biologisch bestrijden in boomkwekerij en groenbeheer

Het elzenhaantje, Agelastica alni, is een donker metaalblauwe bladkever van 7–8 mm. De zwarte, rupsachtige larven worden ongeveer 11 mm lang en eten ook aan het blad. Gevestigde bomen overleven doorgaans zelfs opvallende vraat zonder langdurige gevolgen. Het elzenhaantje komt incidenteel ook op beuk, hazelaar, haagbeuk en appel voor. Kenmerkend zijn bladgaten en blauwe kevers; bij grote aantallen kan aanzienlijke ontbladering optreden.

Bestrijding kan vooral op hoge bomen onuitvoerbaar zijn. Vogels, kikkers, loopkevers en sociale wespen eten larven en soms volwassen kevers. Verwijder kevers waar mogelijk met de hand.

Het elzenhaantje heeft één generatie per jaar. Volwassen kevers overwinteren in bodem en strooisel en verschijnen in het vroege voorjaar; ze zijn gevleugeld en kunnen vliegen. Larven zitten in voorjaar en zomer op het blad; nieuwe volwassen dieren verschijnen vanaf half de zomer en kunnen in zomerrust gaan.

Volgende stap

Welke levende bestrijders u mag uitzetten, staat in de uitleg over biologische bestrijding.