On the way to PlanetProof Plantaardige Producten PP.6 vraagt in criterium 2.2 om dagelijkse actualisering van het logboek. Het betreft actuele registraties van inkoop, voorraad en verbruik van gewasbeschermingsmiddelen en biologische bestrijders, naast reinigings- en ontsmettingsmiddelen en andere niet-chemische maatregelen. De hier besproken editie geldt vanaf 1 januari 2026. De eisen zijn schemavoorwaarden voor keurmerkhouders. [1]

Het toepassingslogboek breder afbakenen

Criterium 2.2 omvat middelengebruik voor alle gewassen van het bedrijf. Zaad- en pootgoedbehandelingen worden expliciet meegenomen, zoals dompelen, coaten, beitsen en poederen. Bij teelt in kassen hoort ook het reinigen en ontsmetten van de kas bij de registratie. Andere niet-chemische maatregelen worden eveneens genoemd, met feromoonvallen als voorbeeld. [1]

Gebruik voor uw eigen voorbereiding een overzicht van alle activiteiten die onder deze onderdelen vallen. Laat degene die uitgangsmateriaal behandelt of ontvangt aangeven waar de betrokken informatie vandaan komt. Vraag de medewerker die reiniging organiseert waar diens verslag ligt. Houd een activiteit die uitsluitend als voorraadontvangst is vastgelegd herkenbaar naast een daadwerkelijke toepassing. Zo voorkomt u dat het dossier uitsluitend de bespuitingen bevat die op één machine worden ingevoerd.

Activiteit in criterium 2.2Wat u in uw administratie opzoekt
InkoopDocument dat de ontvangst van het product onderbouwt
VoorraadBeginvoorraad en werkelijk aanwezige middelen
GebruikDatum, dosis, middel en locatie van de uitvoering
Biologische bestrijdersInkoop, voorraad en gebruik in de betrokken gewassen
Reiniging en ontsmettingBedrijfsgebruik, inclusief kasreiniging bij kasteelt
Niet-chemische maatregelDe uitgevoerde maatregel met een herkenbare verwijzing

De activiteitengroepen volgen het schema. De voorgestelde zoekvragen ondersteunen de interne dossiercontrole. [1]

Gegevens bij iedere uitvoering

De registraties omvatten volgens criterium 2.2 dosering, datum, volledige middelnaam en/of toelatingsnummer, toepasser, reden van toepassing, methode, locatie en oppervlakte. De vereiste dagelijkse bijwerking staat direct naast die inhoudelijke onderdelen. Een logboek moet dus zowel de uitvoering als de reden en plaats herkenbaar beschrijven. [1]

Maak in uw eigen invoermethode de reden van toepassing geen verzamelvak voor onverklaarde afkortingen. Gebruik een omschrijving die ook voor de persoon die de audit voorbereidt leesbaar is. Beschrijf de methode en het werkelijk behandelde deel van de locatie. Bevestig bij het overnemen van een eerdere behandeling opnieuw de uitvoerder, de datum en de omvang van het nieuwe werk.

De algemene NVWA-zelfinspectie noemt voor de spuitregistratie middel, tijdstip, dosis, gebied en gewas. PlanetProof beschrijft hier aanvullende schema-inhoud. Houd de overeenkomstige gegevens herkenbaar, maar gebruik de algemene samenvatting niet als vervanging van de specifieke schemalijst. [2][1]

Dagelijks bijwerken en afwijkingen verklaren

Criterium 2.2 vraagt dat de reden voor afwijking van het Plan van Aanpak IPM in het logboek wordt vermeld. Criterium 2.1 verlangt een plan per gewas; een gewasgroep met vergelijkbare ziekten en plagen en dezelfde strategie kan één plan hebben. De evaluatie van het voorgaande jaar en de benodigde aanpassingen moeten in het huidige plan zijn verwerkt. [1]

Leg voor de dagelijkse organisatie vast wie het uitvoeringsverslag afrondt en wie een afwijking met het IPM-plan verbindt. Bewaar de aanleiding bij de feitelijke handeling. Geef bij een gewijzigde aanpak niet alleen een nieuwe plannaam op, maar benoem welke uitvoering afweek en waarom. Verbind een waarneming die tot de wijziging leidde aan die bespreking, zodat de toelichting bij de betreffende teelt terug te vinden is.

De schematekst maakt voor eis 2.1 een uitzondering wanneer geen gewasbeschermingsmiddelen, inclusief biociden en laagrisicostoffen, worden toegepast. Die expliciete afbakening betreft het genoemde plancriterium. Trek er geen algemene vrijstelling van alle andere registraties uit. [1]

Voorraad en toepassing met elkaar vergelijken

De beoordelingsrichtlijn bij criterium 2.2 beschrijft inventarisatie van de middelenkast. Voor een steekproef van drie gewasbeschermingsmiddelen, exclusief glyfosaat, wordt verbruik berekend uit beginvoorraad plus aankopen tegenover de werkelijk aanwezige voorraad. Dit berekende verbruik wordt vergeleken met de toepassingsregistratie. Voor alle glyfosaathoudende middelen gebeurt dezelfde berekening om het totale gebruik te controleren. [1]

Leg in uw eigen werkdossier de verschillende onderdelen van die vergelijking klaar. Houd de aankoopstukken en de voorraadopname bij hetzelfde product. Bekijk of de producteenheden overeenkomen en zoek een gevonden verschil terug in de oorspronkelijke documenten. Maak bij een verklaring onderscheid tussen een verkeerd overgenomen getal, een onduidelijke productnaam en een daadwerkelijk ontbrekende toepassingsregel. Pas een administratie niet aan om uitsluitend een gewenste uitkomst te krijgen.

Rekenvoorbeeld voor het gesprek over de balans

Fictief voorbeeld, uitsluitend om de rekenwijze zichtbaar te maken. De beginvoorraad is 4 liter, de latere aankoop 6 liter en de werkelijk aanwezige voorraad bij de bespreking 3 liter. De berekening geeft 4 plus 6 min 3, dus 7 liter berekend verbruik. Dit voorbeeld geeft geen aanbevolen toepassing, dosering of voorraadniveau. De schemarichtlijn beschrijft de vergelijking van voorraad en aankopen met geregistreerd gebruik. [1]

Leg naast het fictieve rekensommetje uw eigen stukken voor één product. Zoek welke toepassingsregels de periode beschrijven. Vraag om een concrete verklaring wanneer de gegevens uiteenlopen. Bewaar de oorspronkelijke opname en de besproken toelichting bij elkaar, zodat een volgende collega ziet waar een aanpassing vandaan komt. Gebruik dezelfde productidentificatie voor het voorraadstuk en het toepassingsverslag.

Biologische bestrijders en schoonmaak zichtbaar houden

Omdat criterium 2.2 deze activiteiten uitdrukkelijk noemt, horen zij in de inhoudelijke controle van het logboek. Maak voor uw eigen werkafspraak onderscheid tussen een biologische bestrijder, een ander middel en een niet-chemische maatregel. Bewaar een reinigingsactiviteit met de locatie en uitvoeringsinformatie die daarbij hoort. [1]

Vraag bij uitbesteed werk vooraf welke gegevens worden aangeleverd. Een verzamelbon voor verschillende werkzaamheden kan een nadere specificatie vragen voordat een activiteit aan de juiste kas of teelt wordt gekoppeld. Bewaar de aanvulling bij de oorspronkelijke opdracht. De loonwerkgids behandelt de wettelijke overdrachtsroute voor toepassingsgegevens; de hier genoemde extra activiteiten volgen het PlanetProof-schema.

Een residuonderzoek in het dossier verbinden

De beoordelingsrichtlijn noemt bij een uitgevoerd residuonderzoek controle of het geregistreerde middelengebruik de aangetroffen residuen verklaart. Bewaar daarom in uw auditvoorbereiding een herkenbare verbinding tussen het onderzoeksstuk, de betrokken teelt en de toepassingsgegevens. Deze organisatorische stap ondersteunt de in het schema beschreven vergelijking. [1]

Loop tot slot de broneditie, betrokken gewassen, dagelijkse registraties en afwijkingen van het plan langs. Controleer of de voorraadstukken en eventuele onderzoeksdocumenten bij dezelfde producten en locaties horen. Gebruik de algemene gegevensgids voor toepassingsvelden en de monitorhandleiding voor het afzonderlijke Nederlandse monitordocument.

Eén product van ontvangst naar auditvraag volgen

Kies voor de eigen auditvoorbereiding een werkelijk gebruikt product. Open eerst de aankoopstukken en noteer de productidentificatie zoals die daarop staat. Zoek daarna de beginvoorraad en de aanwezige voorraad bij de opname. Controleer in welke eenheid de hoeveelheden zijn vastgelegd. Maak vervolgens de selectie van toepassingsregels die dezelfde periode en hetzelfde product beschrijft.

Gebruik een afzonderlijk werkblad voor de vergelijking, zodat de oorspronkelijke gegevens intact blijven. Laat een verschil eerst onderzoeken door degene die de ontvangst of de toepassing registreerde. Vraag om het concrete bonnummer, het werkverslag of de voorraadnotitie die de toelichting ondersteunt. Een verschil in naam vraagt om een identificatiecontrole; een verschil in eenheid vraagt om uitleg van de grootheid; een werkelijk ontbrekende uitvoering vraagt om de brongegevens van de uitvoerder.

De reden van een afwijking bespreken

Kies daarnaast één activiteit die afwijkt van het IPM-plan. Leg de planversie, de uitvoeringsgegevens en de betrokken waarneming naast elkaar. Laat de verantwoordelijke de aanleiding formuleren in woorden die ook voor een andere collega begrijpelijk zijn. Geef aan op welk gewas en welke uitvoering de toelichting betrekking heeft. De schema-eis vraagt juist vermelding van de reden in het logboek. [1]

Bewaar de bespreking bij de activiteit en gebruik de concrete bevinding bij de volgende evaluatie van het plan. Maak onderscheid tussen een uitgevoerde aanpassing en een idee voor volgend seizoen. Een voorlopig idee hoort bij de voorbereiding; het wordt geen historische maatregel doordat het later in het dossier wordt opgenomen.

Laat bij afronding een andere medewerker de balansvraag en de afwijkingsvraag terugvinden. Verbeter een onduidelijke verwijzing en bewaar een ontvangen aanvulling bij het oorspronkelijke document. Zo oefent u twee verschillende beoordelingsroutes uit criterium 2.2 met dezelfde eigen administratie.