Aardvlooien biologisch bestrijden in de groenteteelt
Aardvlooien op koolgewassen behoren onder meer tot Phyllotreta en Psylliodes. De kevertjes zijn 2–3 mm lang en hebben vergrote achterpoten waarmee ze wegspringen wanneer ze worden verstoord. Volwassen kevers eten aan het blad, de larven aan de wortels. Kleine ronde vraatplekjes, soms nog zonder volledig doorboord blad, passen bij hun schadebeeld. Zaailingen zijn bijzonder gevoelig. Insectengaas kan de kevers buiten houden. Vogels, kikkers en roofzuchtige loopkevers eten larven en soms kevers.
Aardvlooien op koolgewassen overwinteren als volwassen kever in strooisel. Bij koolzaadaardvlo (Psylliodes chrysocephala, EPPO-code PSYICH) komt naast vraat van volwassen kevers ook larvenvraat in bladstelen en stengels voor. Onderscheid daarom in koolzaad vraat van volwassen kevers aan het blad van larvenschade binnen bladstelen en stengels.
Larvanem bevat Heterorhabditis bacteriophora en heeft aardvlooien (Phyllotreta) als doelorganisme. De gebruikelijke dosering is 250.000 tot 500.000 nematoden per m² (2,5 tot 5 miljard per ha). Heterorhabditis bacteriophora is actief tussen 16 en 35 °C en werkt het best tussen 19 en 33 °C; een bodemtemperatuur onder 5 °C of boven 35 °C kan dodelijk zijn. Nematoden zijn gevoelig voor uv-licht en gaan niet in direct zonlicht: verspuit 's avonds, in sommige gevallen 's ochtends. Het vochtgehalte van de dekaarde moet enkele dagen na toepassing hoog blijven. Roer de spuitvloeistof voortdurend en gebruik haar direct na bereiding. Timing en frequentie hangen af van de plaagsoort en de omgeving van het gewas. Bestrijdingsmiddelen kunnen (in)directe effecten hebben op de nematoden.
Coloradokever biologisch bestrijden in de aardappelteelt
De volwassen coloradokever heeft lichte dekschilden met smalle zwarte lengtestrepen. Eieren liggen in groepjes onder het blad en zijn geel tot oranje. Jonge larven zijn roodachtig met een zwarte kop; oudere exemplaren worden meer roze tot zalmkleurig. Zowel larven als volwassen kevers eten aardappelloof. Noteer bij inspectie het ontwikkelingsstadium en de grootte van de larven.
Wat is een natuurlijke vijand van de coloradokever?
Roofwantsen, roofkevers en de van nature voorkomende schimmel Beauveria bassiana zijn natuurlijke vijanden. Die schimmel kan zowel larven als volwassen coloradokevers doden. Natuurlijke vijanden hebben weinig invloed op de populaties van de coloradokever. Beheers aardappelopslag en onkruiden zoals nachtschade en pas vruchtwisseling toe om de plaagdruk te verminderen of vertragen. Daarmee beperkt u vroege voedselbronnen voor kevers die uit overwintering komen. Verwijder kevers en larven bij kleine aanplant met de hand. Op grote oppervlakken is handmatig verwijderen minder praktisch.
Bladrandkever biologisch bestrijden in de peulvruchtenteelt
Volwassen Sitona lineatus vreten aan het blad; larven eten aan wortelknolletjes. Larvenvraat veroorzaakt doorgaans het grootste opbrengstverlies in erwten en veldbonen. De volwassen kever is lichtbruin, met vage roomgele lengtestrepen op de dekschilden en een korte snuit. De vraat verschijnt als inkepingen langs de bladrand en is vaak eerst aan perceelsranden zichtbaar. De larven zijn wit, pootloos en voorzien van een bruine kop. Zij dringen de wortelknolletjes binnen om te eten. Voorjaarsgezaaide en achterblijvende gewassen lopen meer risico. Droogte en stikstofarme omstandigheden vergroten het risico van larvenschade. Let ook op nabijgelegen vlinderbloemigen en grasranden bij eerder met erwten of bonen beteelde percelen. Vermijd voor een nieuwe teelt plekken waar eerder grote populaties bladrandkever voorkwamen. Spinnen, loopkevers, kortschildkevers, roofvliegen en parasitoïden zijn natuurlijke vijanden.
Invliegende volwassen kevers worden gevolgd met vijf kegelvallen met feromoon op één grasrand of perceelkop van een veld dat het jaar ervoor erwten of bonen had; de vallen staan uiterlijk half februari en worden drie keer per week gecontroleerd. Bij gemiddeld 30 of meer kevers per val op één telldag kan het net opgekomen gewas risico lopen. Volwassen bladrandkevers kunnen Broad bean stain virus en Broad bean true mosaic virus overbrengen. Mogelijke verschijnselen zijn bladmisvorming, mozaïek en geelachtige vlekken. Volwassen kevers overwinteren in grassen en vlinderbloemige gewassen zoals klaver en luzerne.
De korte snuit en geknikte antennen helpen bij herkenning. Eieren zijn ovaal, aanvankelijk wit en later donkerder. Eieren worden op of rond het gewas afgezet en spoelen naar de grond bij de plantvoet.
Na het uitkomen gaan de larven de wortelknolletjes in. Later verlaten zij die voor verpopping onder het bodemoppervlak. Tel volwassen kevers op het blad en onderzoek daarnaast wortelknolletjes op larven. Volwassen kevers migreren bij korte warme perioden boven vijftien graden.
Houd uw spuitregistratie op één plek bij. Gratis beginnen.
Koolvlieg biologisch bestrijden in de koolteelt
Controleer vatbare planten vanaf het voorjaar regelmatig, zodat u kunt ingrijpen voordat een schadelijke populatie ontstaat, en onderzoek verwelkende planten op larven. De volwassen koolvlieg lijkt op een huisvlieg. De larven zijn witte maden zonder poten of duidelijke kop. Vooral zaailingen en recent verplante koolgewassen kunnen door de wortelvraat uitvallen. Bij radijs, raap en koolraap kunnen de maden ook gangen maken in het eetbare worteldeel; onderzoek bij wortelgewassen daarom ook dat worteldeel.
Planten onder insectengaas zijn beschermd tegen koolvlieg. Koolkragen van 8–15 cm doorsnee rond de stengelvoet kunnen jonge uitgeplante kool beschermen doordat ze verhinderen dat vrouwtjes vlak bij de plant op de grond eieren leggen. Bij afdekking is vruchtwisseling nodig: anders kunnen koolvliegen uit overwinterde poppen in de bodem onder het gaas verschijnen wanneer in opeenvolgende jaren op hetzelfde stuk waardplanten staan. Loopkevers en kortschildkevers eten wortelvretende maden.
Nematoden kunnen koolvlieglarven bestrijden, maar ook andere insectensoorten treffen.
Koolgalmug herkennen vóór u biologisch gaat bestrijden
Koolgalmug (Contarinia nasturtii) wordt gevolgd met een deltaval, lijmplaat en het feromoon van Contarinia nasturtii. Noteer bij iedere reeks vangsten de soortnaam van de gebruikte lokstof.
Controleer vangsten onder een binoculair en bekijk naast de val ook het gewas. Rotatie binnen hetzelfde perceel kan opbouw van koolgalmug bevorderen. De muggen kunnen de kleine afstanden overbruggen, waardoor de populatie zich kan opbouwen.
Koolgalmuglarven zitten verborgen in het hart van de plant en zijn daardoor met contactmiddelen moeilijk bereikbaar. De tijdelijke vrijstelling voor bloemkool uit juli 2026 is verlopen. Vallen trekken alleen mannetjes aan en kunnen schade daardoor slechts beperkt verminderen.
Volwassen koolgalmuggen zijn groenachtig geel tot lichtbruin en hebben sterk behaarde vleugels. Volgroeide larven worden citroengeel; aanvankelijk zijn ze doorschijnend. De verpopping gebeurt in de bodem.
Schade omvat gezwollen bloemen, bruine littekens op bladstelen en stengels, gekreukeld blad en verlies van de groeipunt. Wanneer de hoofdscheut afsterft, kunnen zijscheuten doorgroeien en een meerkoppige plant vormen. Vergelijkbare afwijkingen kunnen echter ontstaan door hitte, molybdeengebrek, mechanische beschadiging of andere insectenvraat.
Wortelvlieg biologisch bestrijden in de wortelteelt
Roestbruine littekens rond de penwortel passen bij wortelvlieg. Bij doorsnijden worden gangen zichtbaar, soms met slanke roomgele larven. De schade maakt wortels ook vatbaar voor secundaire rot. Naast peen zijn pastinaak, peterselie, bleekselderij en knolselderij waardplanten.
Volledig afdekken werkt beter dan alleen een barrière rondom de teelt. Vruchtwisseling hoort bij de methode: anders kunnen volwassen vliegen onder de bescherming uit overwinterende poppen in de grond komen. Zaai ruim om uitdunnen te vermijden: bij het verwijderen van overtollige planten komt geur vrij die eileg zoekende vrouwtjes aantrekt.
Minder gevoelige cultivars zijn niet volledig resistent tegen wortelvlieg. Nematoden richten zich op jonge wortelvlieglarven in de bodem. Ze kunnen ook andere bodeminsecten treffen. Jonge larven eten eerst aan fijne wortels en boren later in de penwortel. Wortelvlieg overwintert als larve of pop.
Standaardgaas met mazen van 1,3 tot 1,4 millimeter is geschikt tegen wortelvlieg. Fijner gaas van 0,8 millimeter houdt ook kleinere insecten tegen. Rekken kan de openingen vergroten. Volg daarom de fabrikantinstructie. Gaas kan bij het zaaien of later worden aangebracht, maar altijd voordat de vliegen eieren gaan leggen; de mazen moeten klein genoeg zijn en het gaas moet intact blijven.
Het aantal wortelvliegen neemt af bij grotere afstand tot eerder aangetaste teelten. Nieuwe aanplant isoleren van bronnen en vroege en late teelten van elkaar scheiden kan onderdeel zijn van beheersing. Fijn gaas kan temperatuur en luchtvochtigheid verhogen.
Een vochtiger microklimaat verhoogt de kans op ziekten en slakken. Plan daarom ook hoe u onder de afdekking kunt werken. Meestal moet het gaas elke twee tot drie weken open om te schoffelen, te wieden en uit te dunnen; daarbij kunnen schadelijke insecten binnenkomen, en eenmaal onder het gaas vermenigvuldigen ze zich. Insecten kunnen soms door het gaas eieren leggen als het gaas het gewas raakt.
Volgende stap
Controleer vóór de inzet van natuurlijke vijanden de uitleg over biologische bestrijders.