Welk plantenmateriaal naar ILVO?

Wil je ziekten en plagen herkennen? Neem representatief aangetast plantenmateriaal voor onderzoek door ILVO. Vermijd volledig afgestorven planten: die bemoeilijken de diagnose. Bekijk de instructies voor plantenstalen.

Beschrijf op de officiële fiche het probleem, het te determineren organisme of de aangevraagde analyse. Vul ook de spreiding en het moment van de eerste vaststelling in.

Voeg foto's toe om de situatie te verduidelijken. Beschrijf de teeltomstandigheden en de voorgeschiedenis, waaronder gebruikte bestrijdingsmiddelen en herbiciden.

Lever indien mogelijk de volledige plant met bijhorend substraat aan. Voeg minimaal één liter substraat toe. Ook zichtbare blad-, twijg- of vruchtschade kan ontstaan bij de stambasis, wortels of het substraat.

In afgestorven weefsel bemoeilijken andere organismen de isolatie van de oorspronkelijke ziekteverwekker. Kun je bij bomen of grote struiken slechts een deel bemonsteren? Neem dan materiaal met een duidelijke overgang tussen ziek en gezond weefsel. Gezond vergelijkingsmateriaal kan helpen.

Verse bladstalen volstaan bij duidelijk zichtbare insecten of schimmelpluis op het blad.

Verpak meerdere stalen in één pakket afzonderlijk. Geef elk staal een ondubbelzinnig nummer.

Open de actuele ILVO-informatiefiche voor diagnostisch onderzoek. Mail de ingevulde fiche vooraf naar diagnosecentrum@ilvo.vlaanderen.be of voeg ze bij het staal.

De fiche bevat de volgende rubrieken.

Rubriek op de ficheWat je invult
Plantensoort/variëteitSchrijf gewas en variëteit van het onderzochte materiaal op.
Uw referentieNeem je eigen staalreferentie over, gelijk aan die op de verpakking.
Datum versturen of afgeven staalVul de verzend- of afgiftedatum in.
Teler/bedrijfGeef naam en adres, telefoon, e-mail en de toepasselijke btw-aanduiding op.
TussenpersoonVul de afzonderlijke contact- en btw-gegevens van de tussenpersoon in wanneer die betrokken is.
Derden (bij externe facturatie)Gebruik dit blok voor de partij die extern wordt gefactureerd, met de gevraagde contactgegevens.
Type staalKies plant, zaden, voorraadgoederen, insect, schimmel, water, voedingsoplossing, grond, substraat of andere.
Datum staalname; Gemeente staalnameVermeld wanneer en in welke gemeente je bemonsterde.
Geteeld inDuid de toepasselijke keuzen kas, hydro, openlucht of volle grond aan.
Beschadiging opMarkeer het betrokken blad, bloem, stengel, vrucht, basis plant, wortel/knol of zaad.
Beschrijving probleem / te determineren organisme / aanvraag analyseBeschrijf de schade en formuleer welke identificatie of analyse je vraagt.
VoorkomenKies algemeen, pleksgewijs of sporadisch volgens de waargenomen spreiding.
Wanneer werd het probleem voor het eerst opgemerktVul de eerste vaststelling in, apart van de staalnamedatum.
Voorgaande teelt; VolgteeltNoteer de voorafgaande en volgende teelt.
Reeds toegepaste gewasbeschermingsmiddelen (+ datum en dosis)Neem middelen, toepassingsdatums en dosissen uit je eigen werkregistratie over.
OpmerkingenGebruik deze ruimte voor aanvullende toelichting bij de onderzoeksvraag.
Factuur; ResultaatKies in de PDF wie de factuur en de uitslag ontvangt en of dat per post of e-mail gebeurt.
Facturatiegegevens klant / PO; Emailadres facturatieVul je klant- of PO-referentie en het e-mailadres voor de factuur in.

Verpakken en verzenden

Wikkel bladeren en scheuten eerst in licht bevochtigd papierdoek en daarna in plastic folie. Gebruik voor aardappelknollen, vruchten en groenten eerst droog papierdoek en vervolgens plastic folie. Zet volledige planten de nacht vóór verzending in een emmer water.

Bescherm het materiaal tegen beschadiging en uitdroging. Gebruik voor voorraadorganismen uit gebouwen een onbreekbare houder die je met plakband afsluit, om ontsnapping te voorkomen.

Verstuur vers materiaal zodat het de dag na verzending aankomt. Bewaar stalen in afwachting van bezorging in een plastic verpakking in de koelkast bij ongeveer 4 °C.

Je bereikt het centrum op 09 272 24 00 of aan Burg. van Gansberghelaan 96, 9820 Merelbeke-Melle.

Leafwrit

Houd uw spuitregistratie op één plek bij. Gratis beginnen.

Wat het diagnosecentrum onderzoekt

Je kunt bacteriën, insecten en mijten, nematoden, schimmels en virussen laten onderzoeken. Begin bij het analyseoverzicht als je wilt weten welke afdeling je vraag behandelt. Omschrijf bij het eerste contact je onderzoeksvraag. Wil je een onbekend organisme laten benoemen, de oorzaak van schade vinden of gericht op een bepaalde ziekteverwekker testen?

Kies in overleg met het labo een analyse uit de prijslijst voor algemene diagnostiek. Een basisanalyse omvat een visuele en microscopische beoordeling. Bij een standaardanalyse komt daar een laboratoriumtoets bij. Een moleculaire analyse gebruikt een specifieke PCR-techniek. De vermelde doorlooptijden zijn werkdagen na aflevering volgens afspraak.

Voor insecten kun je determinatie op familie- of soortniveau aanvragen. De analyse verschilt voor een los insect en insecten die nog uit plantenmateriaal moeten worden geïsoleerd.

Bij bacterieziekten kunnen omgevingsomstandigheden het symptoom veranderen. Verschillende bacteriën kunnen bovendien op dezelfde plantensoort vergelijkbare schade veroorzaken. Een bacterie identificeren en bewijzen dat ze de primaire oorzaak is, zijn verschillende onderzoeksstappen. Een pathogeniteitstest onderzoekt of de bacterie de schade veroorzaakt.

Via verdunningsuitplating verkrijgt het labo afzonderlijke kolonies. Daarna onderzoekt het die als reincultuur. Courante fytobacteriën kan het met antisera of PCR identificeren. Nauw verwante pathovars of stammen kunnen analyse van specifieke genoomsequenties vragen. Bacteriën kunnen ook latent aanwezig zijn in enten, stekken, knollen, zaden of water.

Bij insecten en mijten bekijkt het laboratorium doorgaans de uiterlijke kenmerken met determinatietabellen en een stereo- of gewone microscoop. Kleine exemplaren kunnen eerst een microscopisch preparaat vereisen. Bij twijfel gebruikt het centrum moleculaire bevestiging of DNA-sequencing. Dat kan ook helpen bij moeilijk herkenbare eitjes, larven, poppen of resten zoals een antenne, poot of vervellingshuid.

Een Berlese-trechter, wastechniek of centrifugatie-flotatie kan insecten uit het onderzochte materiaal afzonderen. Het labo kiest de werkwijze volgens het onderzochte materiaal en organisme. Na isolatie bewaart het de organismen in een alcoholoplossing voor identificatie.

Bij schimmelonderzoek bepalen het vermoedelijke pathogeen en het symptoom welke analyse nodig is. Sommige schimmels herkent het labo rechtstreeks op de plant. Andere isoleert het eerst en plaat het op voedingsmedia uit. Ook moleculaire detectie is mogelijk. Als geen plantpathogeen als oorzaak wordt aangetoond, kan het onderzoek zich richten op andere verklaringen, zoals onaangepast substraat of herbicidengebruik. Daarvoor zijn onder meer pH- en geleidbaarheidsmetingen en biotoetsen beschikbaar.

Knolcyperus herkennen en melden

Zie je een verdachte plek met knolcyperus, leg de locatie vast en bereid de melding meteen voor. Meld de besmetting via de Agrilens-app of info@lv.vlaanderen.be.

Open de officiële knolcyperuspagina van Landbouw en Zeevisserij.

Let op de geelgroene kleur, stijve driekantige stengel en het vaak roze voetje aan de basis. Ondergronds zitten knolletjes en uitlopers. De lichtgroene, glanzende, grasachtige bladeren hebben een V-vormige groef.

Voeg in LV-AgriLens een foto toe die je op de besmette plek neemt. Geef de besmette oppervlakte in vierkante meter op en vermeld of het om een haard of diffuse besmetting gaat.

Informeer de loonwerker over de aanwezigheid van knolcyperus. Bewerk besmette percelen als laatste en reinig machines bij het verlaten van het perceel.

Voor het IPM-teeltverbod voor wortel-, knol- en bolgewassen telt meer dan 10 m² aantasting als een besmet perceel. Tel daarbij oppervlakte met meer dan 10 planten per m² óf meer dan 50% bedekking.

Voer geen besmette grond af. Alleen voor grond bij kluitplanten bestaat een specifieke uitzondering na controle.

Voor de uitzondering op de maïsrotatie wegens knolcyperus moet de besmetting bij het Agentschap zijn gemeld of in de verzamelaanvraag zijn aangeduid.

Bestrijd knolcyperus vanaf het jaar van vaststelling herhaaldelijk mechanisch of chemisch. Combineer bestrijding met hygiënemaatregelen om de knollenvoorraad uit te putten en verspreiding te voorkomen.

Laat de verhuurder in het cultuurcontract verklaren of het perceel vrij is van knolcyperus.

Volgende stap

Vul de ILVO-informatiefiche in en volg de verzendinstructies. Meld een knolcyperusbesmetting via de hierboven vermelde route.