# Biologische bestrijders en werkzame stof: wat gebruikt u tegen de aantasting?

URL: https://leafwrit.com/nl/biologische-bestrijders-inzetten/
Reviewed: 2026-10-29

Kies biologische bestrijders op basis van de aantaster, de teelt en de uitzetlocatie. Controleer bij levende dieren de toestemming voor uitzetten. Voor gewasbeschermingsmiddelen geldt de toelatingsroute via het Ctgb.

## Biologische bestrijders inzetten: soort, toestemming en registratie

Voorbeelden van natuurlijke vijanden bij biologische gewasbestrijding zijn roofmijten, sluipwespen en nematoden. Prooidieren worden als voedselbron meegegeven. Bij biologische plaagbestrijding met deze dieren zet u dieren of hun eieren uit. Een fles met een schimmel, bacterie of plantenextract valt onder andere regels. Gebruikt u het product als gewasbeschermingsmiddel, dan is een toelating nodig. Groen en biologisch zijn geen officiële categorieën die daarvan vrijstellen. Controleer ook bij biologische insectenbestrijding de precieze soortnaam.

Biologische bestrijders en prooidieren in bijlage VIIb van de Omgevingsregeling zijn vergunningvrij. Voor andere soorten is toestemming nodig. Ook in een kas kunnen dieren ontsnappen via openingen, materialen of mensen. De producent kan een omgevingsvergunning hebben waarmee kopers het product mogen uitzetten. In dat geval hebt u daarvoor geen eigen vergunning nodig. Controleer of uw gebruik onder die toestemming valt.

Bekijk in het soortenoverzicht het doel en de locatie van de uitzetting. Toestemming voor onderzoek geldt voor dat onderzoek; controleer voor commercieel gebruik de bijbehorende vermelding. Vraag voor een nieuwe soort een omgevingsvergunning aan via het Omgevingsloket. Bij de beoordeling tellen noodzaak, het ontbreken van een andere bevredigende oplossing en bescherming van inheemse flora en fauna mee.

Een uitheemse soort kan inheemse dieren verdringen of gewassen beschadigen. Het veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje eet bijvoorbeeld bladluizen, maar ook andere lieveheersbeestjeslarven, rupsen en vlindereieren. Voor prooidieren kunnen vóór het uitzetten bovendien regels voor het houden van productiedieren gelden. Controleer de eventuele ontheffing voor het houden op uw bedrijf afzonderlijk van de toestemming voor uitzetten.

### Een vergunningaanvraag voorbereiden

Voeg bij een aanvraag het activiteitenplan en een identificatierapport van een deskundige toe. Laat de bronpopulatie en de taxonomische identificatie in het rapport opnemen. Bewaar daarbij de gebruikte literatuur en de naam, functie en handtekening van de deskundige. Bij morfologische identificatie horen onderscheidende uiterlijke kenmerken; bij moleculaire analyse horen methode en uitslag.

Log in bij het Omgevingsloket met minimaal eHerkenning niveau 2. Kies Flora- en fauna-activiteit – Aanvraag vergunning. Vul voor iedere bestrijdersoort of prooidiersoort een afzonderlijk formulier in.

### Biologische bestrijdingsmiddelen, basisstoffen en biostimulanten

Zoek voor een gewasbeschermingsmiddel in de Ctgb-toelatingendatabank de toegestane toepassingen en gebruiksvoorwaarden op. Een voedingsmiddel mag pas als basisstof worden gebruikt na Europese goedkeuring voor die toepassing. Zoek ook daarvoor de goedgekeurde toepassingen in de toelatingendatabank op. Een biostimulant kan het nutriëntengebruik, de beschikbaarheid van voedingsstoffen of de weerbaarheid tegen zout en droogte verbeteren. De fabrikant mag het niet aanprijzen als middel tegen ziekten of plagen.

Vanaf 1 januari 2027 houdt de landbouwer voor de eco-activiteit biologische bestrijding een registratie bij: naam van het middel, datum van de toepassing en locatie (X- en Y-coördinaten of perceelnummer uit de Gecombineerde Opgave). Hij bewaart die registratie vijf jaar.

Wilt u witte vlieg natuurlijk bestrijden? Gebruik de [herkenning van kasplagen en hun bestrijders](/nl/kasplagen-herkennen-bestrijders/) om kaswittevlieg, tabakswittevlieg en hun levensstadia te onderscheiden.

## Ziekten en plagen herkennen: rhizomanie en wortelrot bij suikerbieten

Bekijk bij een aangetast gewas het afwijkende plantdeel en de verdeling van de schade. Onderzoek bij suikerbieten met lichtgroen blad ook de wortels. Rhizomanie geeft lichtgroene planten (blinkers) met een langere, steile bladsteel. Ze steken soms boven het gezonde gewas uit. Verspreide planten vallen sneller op dan een aaneengesloten aangetaste plek.

Een insnoering met wortelbaard past bij rhizomanie. Onder de insnoering kunnen doorgesneden vaatbundels bruin verkleurd zijn. Geelverkleuring kan ook andere oorzaken hebben. Voor onderzoek naar doorbraak van rhizomanieresistentie loopt de monsterroute via de buitendienstmedewerker of teeltadviseur. Lever aangetaste wortels, grond en GPS-coördinaten van de monsterplaats mee.

### Wortelrot bij suikerbieten onderscheiden

Wortelrot kan door ziekten, insecten of gebreksverschijnselen ontstaan. Boriumgebrek kan lijken op aantasting door bietenmot en valse meeldauw. Bekijk daarom zowel bladstelen als het doorgesneden wortelweefsel. Aphanomyces kan droog, kurkachtig rot en een insnoering bij de bodemgrens veroorzaken.

Bij rhizoctonia verschijnen zwarte, ronde plekken; het loof kan nog lang gezond lijken. Violetwortelrot veroorzaakt paarse plekken aan het oppervlak met een viltachtige laag. Pleospora kan vanuit één kant van de kop zwart rot geven. De grens met helderwit weefsel is scherp. Bij boriumgebrek ontstaan verticale kurkachtige streepjes op bladstelen en barstjes in bladeren.

### Een Q-organisme direct melden

Meld een vermoeden of bevestiging van een quarantaineorganisme direct bij de [NVWA](https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plant/q-organismen/melden). Voor professionele marktdeelnemers geldt artikel 14, eerste lid, van Verordening (EU) 2016/2031. Voor particulieren geldt artikel 15. Symptomen van een Q-organisme of quarantainewaardig organisme en een positieve laboratoriumuitslag zijn aanleidingen voor een melding. Bedrijven gebruiken op de meldpagina de route Melden als bedrijf of laboratorium.

Voorkom verspreiding: verplaats verdacht materiaal niet meer. Scherm het af wanneer dat de verspreidingskans verkleint. Na ontvangst wordt contact met u opgenomen over maatregelen. Bij vaststelling zijn behandeling of vernietiging van planten en een tijdelijk handelsverbod voor bepaalde gewassen mogelijke ingrepen.

## Werkzame stof bij gewasbescherming: betekenis en toelating

De werkzame stof veroorzaakt de werking van een gewasbeschermingsmiddel. De Europese beoordeling gaat over de stof; de Nederlandse toelating betreft het concrete middel en gebruik. Zoek daarom naast de stofnaam ook handelsnaam, toelatingsnummer en wettelijk gebruiksvoorschrift op. Bij de Europese beoordeling onder Verordening 1107/2009 worden een representatieve formulering en toepassing onderzocht.

De Europese stoffenlijst verandert bij goedkeuring of intrekking. Ze bevat geldigheid, toepassingsbeperkingen, minimale zuiverheid en maximale relevante onzuiverheden. Voor een basisstof geldt goedkeuring voor de specifieke toepassing.

In de EU Pesticides Database kunt u werkzame stoffen, maximale residulimieten in levensmiddelen en noodtoelatingen van lidstaten opzoeken. De stoffenrubriek bevat goedgekeurde en niet-goedgekeurde stoffen, evenals basisstoffen. Ook bepaalde beschermstoffen en synergisten staan erin. Noodtoelatingen die lidstaten vanaf juni 2016 hebben ingevoerd, zijn eveneens opgenomen.

Gebruik de databank om informatie te zoeken; de officiële stof- en residubesluiten staan in het Publicatieblad. Controleer bij een concreet middel in Nederland vervolgens de Ctgb-toelating en de toepassingsvoorwaarden.

Bij gewijzigde of beëindigde toelatingen kunnen een aflevertermijn en een opgebruiktermijn gelden. Tijdens de aflevertermijn mag de toelatinghouder het oude middel nog verkopen. De opgebruiktermijn bepaalt hoelang voorraden nog mogen worden gebruikt. De lengte hangt onder meer af van het risico.

### Hoeveelheid middel en kilogrammen werkzame stof

Voor een hoeveelheid werkzame stof zijn zowel de gebruikte hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel als het stofgehalte nodig. Bereken de hoeveelheid werkzame stof met het gehalte dat bij de toelating bekend is. Een registratie in liters handelsproduct is daardoor iets anders dan een telling in kilogrammen werkzame stof.

Toevoegingsstoffen zijn afzonderlijk toegevoegde middelen voor een effectieve bespuiting. Ze blijven in deze telling buiten beschouwing. Houd bij het vergelijken van gebruikscijfers dus producthoeveelheid, stofhoeveelheid en toevoegingsstoffen uit elkaar.

## Volgende stap

Controleer voor een concreet middel de [Ctgb-toelating en het gebruiksvoorschrift](/nl/ctgb-toelatingen/).


