# De Vlaamse IPM-checklist gebruiken naast je spuitregister

URL: https://leafwrit.com/be-nl/ipm-checklist-vlaanderen/
Reviewed: 2026-10-23

De Vlaamse IPM-checklist helpt beoordelen of je de richtlijnen voor geïntegreerde gewasbescherming toepast. Gebruik de sector die bij je teelten past en leg daarnaast de afzonderlijke toepassingen vast in je gebruiksregister. De overheid onderscheidt akkerbouw, ruwvoeder, groenten in openlucht, glasgroenten, fruitteelt en sierteelt. [^1]

Werk vanuit de officiële [brochure IPM Richtlijnen-Checklist 2025](https://lv.vlaanderen.be/sites/lv/files/2025-02/IPM_richtlijnen_Checklist_2025%20met%20aanpassing%20maisrotatietekst.pdf). De overheid vermeldt voor die checklist geldigheid vanaf 16 juni 2025. Houd bij het voorbereiden van je eigen audit de brochure, de gekozen sectoronderdelen en de betrokken bedrijfslocaties bij elkaar. [^1][^2]

## Wat IPM aan de behandeling toevoegt

De Vlaamse toelichting beschrijft een afweging van beschikbare gewasbeschermingsmethoden. Zij legt de nadruk op gezonde gewassen, preventie, waarnemingen en het beoordelen van niet-chemische bestrijding voordat een gewasbeschermingsmiddel nodig wordt geacht. Vervolgens wordt geregistreerd wat en wanneer behandeld is en wordt zoveel mogelijk het resultaat genoteerd. [^1]

Begin je eigen dossier daarom bij de aanleiding voor een ingreep. Leg waarneming, bericht van een waarschuwingsdienst of advies bij de betrokken teelt. Beschrijf welke vraag je daarmee wilde beantwoorden en welke opvolging je hebt verricht. Houd deze beslisinformatie herkenbaar naast het verslag van de feitelijke toepassing. Zo kan iemand achteraf zowel de aanleiding als het verrichte werk begrijpen.

De acht algemene beginselen uit de Europese richtlijn vormen volgens de overheid de basis van de sectorspecifieke richtlijnen. De checklist is opgesteld om na te gaan of voldoende inspanningen voor toepassing van die richtlijnen zijn geleverd. Het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2014 regelt de Vlaamse toepassing. [^1]

## Kies eerst het juiste sectoronderdeel

Een bedrijf met verschillende teelten kan verschillende inhoudelijke situaties hebben. Gebruik voor je eigen voorbereiding een overzicht van gewassen, teeltwijze en betrokken installaties. Zet daarbij welk sectoronderdeel je gaat lezen. De officiële pagina biedt afzonderlijke katernen voor akkerbouw, glasgroenten, openluchtgroenten, ruwvoeders, sierteelt en fruitteelt. [^1]

| Werkelijke situatie | Vertrekpunt in de officiële sectorindeling |
| --- | --- |
| Akkerbouwgewassen | Katern akkerbouw |
| Ruwvoederteelt | Katern ruwvoeders |
| Groenten buiten | Katern openluchtgroenten |
| Groenten onder glas | Katern glasgroenten |
| Fruitproductie | Katern fruitteelt |
| Siergewassen | Katern sierteelt |

Deze indeling komt uit de overheidsdocumentatie. Gebruik daarnaast de toepasselijkheidsaanduidingen in de brochure zelf voor het beoordelen van een concreet checklistpunt. [^1][^2]

Beschrijf intern hoe je een gemengd bedrijf doorloopt. Geef een medewerker een afgebakend onderdeel, bijvoorbeeld de apparatuur voor beschutte teelten. Laat hem per betrokken locatie opschrijven welk bewijsstuk aanwezig is en welke vraag nog moet worden opgelost. Zo voorkom je dat één algemene verklaring in een map alle verschillende teeltomstandigheden moet voorstellen.

## Controle-organisme en audit voorbereiden

De Vlaamse overheid verlangt registratie bij een erkend controle-orgaan en controle op toepassing van IPM. Zij beschrijft dat een OCI die de Vegaplanstandaard certificeert tegelijk de IPM-controle kan uitvoeren. Wie niet bij Vegaplan is aangesloten, laat zich afzonderlijk controleren. De officiële toelichting noemt een controle van iedere land- of tuinbouwer om de drie jaar. [^1]

Maak voor de eigen voorbereiding een inhoudsopgave met teelten, geregistreerde toepassingen, waarnemingsinformatie, apparatuur en de relevante bewijsstukken bij checklistpunten. Noteer naast iedere openstaande vraag de persoon die de onderbouwing kan leveren. Vraag een medewerker één bewijsstuk terug te vinden aan de hand van een concreet perceel. Verbeter de vindbaarheid van dat document als de zoektocht alleen lukt via persoonlijke herinnering.

Voor sierteelt vermeldt de overheid dat slechts drie van de op haar pagina genoemde controle-organen voor de IPM-eisen erkend zijn; zij markeert die organisaties met een sterretje. Gebruik bij de eigen keuze de scope van de erkenning, niet alleen de aanwezigheid van een organisatienaam op een algemene lijst. [^1]

## Biologische certificering juist plaatsen

Bio-gecertificeerde land- en tuinbouwers zijn vrijgesteld van de afzonderlijke IPM-audit omdat zij via de biologische certificering aan de IPM-definitie voldoen. De overheid zegt tegelijk dat ook zij de IPM-principes toepassen. De federale FAQ verlangt registratie van gebruikte gewasbeschermingsmiddelen die voor biologische landbouw zijn toegelaten. [^1][^4]

Rangschik in je eigen bedrijfsmap de certificeringsdocumenten en behandelingsregistraties als herkenbare onderdelen. Maak bij een overdracht duidelijk welk document de auditpositie beschrijft en waar de concrete toepassingen staan. Geef een vervanger een korte uitleg van de gebruikte namen, zodat een certificaat niet als samenvatting van alle afzonderlijke behandelingen wordt gelezen.

## Wijzigingen voor maïs en teeltrotatie

De officiële toelichting bij de checklist 2025 vermeldt een nieuw punt voor kuilmaïs en korrelmaïs: maximaal drie op vier, met een uitzondering wanneer het perceel bij het Agentschap gemeld of gekend is voor knolcyperus. De pagina duidt dit voor 2026 aan als niveau 2. Zij zegt ook dat de rotatiepunten gelden voor alle landbouwers die aan IPM moeten voldoen, ongeacht of zij GLB-premies ontvangen. [^1]

Gebruik bij de voorbereiding van je eigen beoordeling de teelthistoriek van het specifieke perceel. Maak zichtbaar uit welk jaar een perceelsaanduiding komt en waar informatie over knolcyperus is vastgelegd. Leg een verschil tussen eigen historiek en overgenomen gegevens voor aan de verantwoordelijke begeleider voordat je het checklistpunt afvinkt. Een losse veldnaam zonder historische koppeling maakt de opvolging moeilijker.

De overheid beschrijft daarnaast dat cultuurcontracten duidelijker moeten aangeven of knolcyperus aanwezig is en welke voorgeschiedenis bestaat rond noodtoelatingen van neonicotinoïden. Doel is dat de huurder de maatregelen kent die hij moet nemen. Neem die uitwisseling als een concreet gesprekspunt mee wanneer je een perceel overneemt. [^1]

## Bodemanalyses per sector ordenen

Vanaf 2026 bevatten bodemanalyses van de bouwvoor volgens de officiële IPM-toelichting minimaal pH, organische koolstof, fosfor en kalium. Andere te analyseren elementen blijven vrij te kiezen. Voor akkerbouw, ruwvoeder en groenten in openlucht sluit het aantal stalen aan bij het aantal dat onder GLMC3 beschikbaar moet zijn; de overheid verwijst daarvoor naar de verzamelaanvraag. [^1]

Voor glasgroenten en fruit moet de berekening daarnaast rekening houden met het areaal van die teelten. Het overdekte bedrijfsareaal voor paddenstoelen en het forceren van grondwitloof wordt in die berekening niet meegenomen. Voor akkerbouw en ruwvoeder werd bovendien een aanbeveling op niveau 3 toegevoegd rond beredeneerde bemesting in productief grasland. [^1]

Leg voor de eigen voorbereiding analyseverslag, locatie en bemonsterd onderdeel naast elkaar. Houd de datum en de oorspronkelijke perceelsbeschrijving van het laboratorium zichtbaar. Als een perceel een andere interne naam heeft gekregen, voeg de correspondentie tussen beide namen toe. Zo kan degene die het dossier bekijkt het verslag inhoudelijk aan de juiste plaats verbinden.

## Apparatuur bij beschutte teelten

Voor glastuinbouw, fruit onder beschutting en binnenteelten in de sierteelt verduidelijkt de overheid de schoonwatertank: die is niet nodig als elk perceel een wateraftappunt heeft waarmee het toestel kan worden gereinigd. Die aanpassing geldt niet bij gebruik van een veldspuit of boomgaardspuit, omdat die ook elders kan worden ingezet. [^1]

De eis rond kantdoppen wordt voor de genoemde beschutte teelten als niet van toepassing aangeduid. Voor openluchtbespuitingen beschrijft dezelfde toelichting vanaf 2026 negentig procent driftreductie, waarbij minimaal vijfenzeventig procent op het spuittoestel zelf wordt gerealiseerd. Lees deze punten volgens de daadwerkelijk gebruikte apparatuur en teeltwijze. [^1]

Maak voor je eigen apparatuuroverzicht een foto- of documentreferentie bij de machine-identificatie, gebruikte techniek en betreffende teelten. Noteer welke uitrusting de uitvoering daadwerkelijk had. Laat een toestel dat tussen locaties wisselt als hetzelfde toestel herkenbaar blijven. Gebruik de brochure voor de toepasselijke eisen; verander de scope niet door de machine alleen naar haar dagelijkse standplaats te noemen.

## Waarschuwingsdiensten en Fyteauscan

De overheid publiceert erkende waarschuwingsdiensten per teelt. De voorbeelden omvatten aardappelen, granen, fruit, groenten en sierteelt. Zij beveelt daarnaast aan de vernieuwde Fyteauscan vóór iedere IPM-audit opnieuw in te vullen om risico's op punt- en diffuse verontreiniging volgens de actuele bedrijfssituatie te beoordelen, ook wanneer een loonwerker de bespuitingen uitvoert. [^1]

Bewaar een relevant waarschuwingsbericht bij het moment waarop je de eigen teelt beoordeelde. Schrijf op welke waarneming daarop volgde en waar de uiteindelijke toepassing staat. Maak bij de Fyteauscan-opvolging een eigen lijst van de daadwerkelijk aangetroffen aandachtspunten en betrokken locaties. Wijs voor een verbeteractie iemand aan die de uitvoering kan bevestigen. Bewaar de nieuwe beoordeling bij de oude aanleiding zodat de verandering begrijpelijk blijft.

## IPM en het elektronische gebruiksregister verbinden

De extra gegevens voor het gebruiksregister gelden vanaf 2026. Elektronische registratie wordt in België vanaf 2027 verplicht met de omschreven stapsgewijze omzetting. Deze aanpassing van het bestandsformaat verandert de sectorindeling van de IPM-checklist niet. [^1][^3]

Gebruik één herkenbare locatiereferentie om je eigen waarneming, toepassing en evaluatie terug te vinden. Controleer bij een proef of een behandelingsverslag van een loonwerker aan dezelfde locatie kan worden gekoppeld. Maak een ontbrekend verband zichtbaar voordat je gegevens overneemt. De [loonwerkgids](/be-nl/spuitregister-loonwerker/) behandelt de overdracht, terwijl de [formatenpagina](/be-nl/spuitregister-excel-pdf/) helpt bij de elektronische opslag.

Rond je voorbereiding af met een lijst van resterende inhoudelijke vragen per checklistpunt. Houd die lijst bij de gekozen brochureversie en de gebruikte bewijsstukken. Via het [Belgische overzicht](/be-nl/) kun je daarna naar de registratieregels voor andere werkzaamheden of gewesten gaan.

## Monitoring concreet aan een perceel verbinden

Bijlage 5 van de brochure somt monitoringmogelijkheden op: systematische visuele waarnemingen met notities, klimatologische waarnemingen, erkende waarschuwingsberichten, individuele begeleiding met verslaggeving en determinatie of analyse van een staal. Zij noemt onder meer vangplaten, feromoonvallen, indicatorplanten en tellingen als hulpmiddelen bij visuele opvolging. [^2]

Kies voor je eigen dossier de informatie die je daadwerkelijk hebt gebruikt. Schrijf bij een telling welke plek is bekeken en waar het resultaat staat. Houd een staalreferentie bij het ontvangen analyseresultaat. Leg bij individuele begeleiding het verslag bij de betrokken teelt. Gebruik de verschillende documentnamen als zoekingang in plaats van alles onder “advies” te bewaren.

Vraag tijdens een eigen dossierproef waarom een bepaalde waarneming tot verder onderzoek of een ingreep leidde. Laat de verantwoordelijke het oorspronkelijke bericht of de telling aanwijzen. Noteer waar de verbinding met het behandelingsverslag nog ontbreekt. Vul die koppeling aan zonder achteraf een niet verrichte waarneming te reconstrueren.

## Raskeuze en perceelvoorgeschiedenis bespreken

De brochure noemt bij raskeuze eigenschappen zoals gezondheidsstatus, resistentie of tolerantie tegen belangrijke ziekten en plagen, naast de vraag van de afnemer. Voor akkerbouw verwijst zij naar rasseninformatie van de betrokken teeltorganisaties. Gebruik in de eigen voorbereiding de werkelijk geraadpleegde lijst en de benaming van het gekozen ras. [^2]

Bewaar een eigen notitie van de concrete keuze bij het zaai- of plantplan. Beschrijf welk kenmerk je hebt afgewogen en hoe de afnemersvraag daarin paste. Koppel de notitie aan het perceel en toepassingsjaar. Bij huurgrond voeg je de ontvangen voorgeschiedenis toe. Laat onduidelijke oudere perceelnamen toelichten voordat je teelthistorieken samenvoegt.

## Hygiëne en opslag van plantresten nalopen

De checklist bevat een punt over maatregelen tegen aardappelopslag op afvalhopen om verspreiding van ziekten en plagen te voorkomen. Zij noemt afdekken als voorbeeld. Ook bevat zij een punt over doornappelbestrijding en het voorkomen van zaadproductie. Lees de toepasselijke sector- en niveauaanduidingen bij het concrete criterium in de brochure. [^2]

Maak voor je eigen opvolging een terreinlijst met werkelijk aangetroffen aandachtspunten. Benoem de plaats van een afvalhoop of onkruidwaarneming en de verantwoordelijke voor opvolging. Beschrijf de genomen maatregel met een datum en een vindbaar bewijsstuk. Maak bij de volgende ronde zichtbaar of het probleem nog aanwezig is. Houd deze opvolging bij het betrokken bedrijfsonderdeel.

## Een auditvraag beantwoorden met het passende bewijs

Leg bij een eigen voorbereiding het checklistcriterium, het document en de toelichting naast elkaar. Een analyseverslag ondersteunt een andere vraag dan een waarschuwingsbericht of een onderhoudsnotitie. Schrijf in een inhoudsopgave daarom de functie van het stuk. Vraag een collega voor één criterium de juiste onderbouwing te kiezen en te vertellen waarom die daarbij hoort.

Noteer een onopgeloste inhoudelijke vraag met de exacte criteriumaanduiding, sector en feitelijke situatie. Leg die voor aan de betrokken begeleider of het controle-orgaan. Bewaar het antwoord met de betreffende brochureversie. Werk je eigen voorbereiding bij zodra een concreet document of vastgesteld gegeven beschikbaar is, zodat de volgende lezer de beslissing zonder mondelinge voorgeschiedenis kan volgen.

## Afzonderlijke melding in West-Vlaamse onttrekkingsgebieden

Het Agentschap beschrijft vanaf 12 mei 2026 een aparte rapportering voor aangewezen stoffen in De Blankaart, Zillebeke, Dikkebus en De Gavers. Iedere betrokken toepassing wordt binnen vijf kalenderdagen geregistreerd en gerapporteerd via De Watergroep, ongeacht uitvoering door landbouwer, loonwerker, tuinaannemer of particulier. De gebiedslaag heet “Oppervlaktewaterwingebied 2026” onder het thema “Actieplan pesticiden”. [^5]

Het [formulier van De Watergroep](https://www.dewatergroep.be/nl-be/triazoolregistratie) vraagt datum, locatie, type toepassing, teelt, productnaam, dosis met eenheid en een e-mailadres voor de bevestiging. Meerdere aangrenzende percelen mogen met één aangifte gemeld worden. De overheidsmededeling noemt daarnaast voor de aangewezen stoffen een bufferzone van vijf meter langs VHA-waterlopen in die gebieden. [^5][^6]

Koppel in je eigen dossier de melding en ontvangen bevestiging aan de oorspronkelijke toepassing. Spreek bij loonwerk vooraf af wie deze rapportering voorbereidt en waar de opdrachtgever de bevestiging terugvindt.

### Waar vind ik de IPM-checklist Vlaanderen?

De overheid publiceert de brochure IPM Richtlijnen-Checklist 2025 met de sectorchecklists. De officiële pagina vermeldt geldigheid vanaf 16 juni 2025. [^1][^2]

### Is de IPM-checklist hetzelfde als het spuitregister?

De checklist beoordeelt toepassing van de IPM-richtlijnen. Het gebruiksregister legt de afzonderlijke toepassingen van gewasbeschermingsmiddelen vast. [^1][^3]

### Moet een biologisch bedrijf de IPM-audit doen?

Bio-gecertificeerde land- en tuinbouwers zijn volgens de Vlaamse overheid vrijgesteld van de afzonderlijke IPM-audit. Zij passen de IPM-principes wel toe. [^1]

### Welke checklist geldt voor akkerbouw en ruwvoeder?

De officiële pagina onderscheidt beide sectoren en publiceert voor elk een katern. Selecteer de onderdelen die bij je werkelijke teelten passen. [^1]

### Moet ik IPM toepassen zonder GLB-premies?

De officiële toelichting zegt dat de checklistpunten over teeltrotatie gelden voor alle landbouwers die aan IPM moeten voldoen, ongeacht GLB-premies. [^1]

### Hoe meld ik triazoolgebruik in de betrokken West-Vlaamse gebieden?

De officiële toelichting noemt De Blankaart, Zillebeke, Dikkebus en De Gavers. Elke betrokken toepassing wordt binnen vijf kalenderdagen via De Watergroep gemeld, ook bij uitvoering door loonwerkers, tuinaannemers en particulieren. [^5][^6]

## Sources

- [Agentschap Landbouw en Zeevisserij — Geïntegreerde gewasbescherming (IPM)](https://lv.vlaanderen.be/plant/gewasbescherming/geintegreerde-gewasbescherming), read 2026-10-23
- [Agentschap Landbouw en Zeevisserij — IPM Richtlijnen-Checklist 2025, downloadable PDF](https://lv.vlaanderen.be/sites/lv/files/2025-02/IPM_richtlijnen_Checklist_2025%20met%20aanpassing%20maisrotatietekst.pdf), read 2026-10-23
- [Fytoweb — Gebruiksregister van gewasbeschermingsmiddelen, update July 2026](https://fytoweb.be/nl/gewasbeschermingsmiddelen/gebruik/professionele-gebruiker/gebruiksregister), read 2026-10-23
- [Fytoweb — FAQ Elektronische registratie, version 1.0, February 2026](https://fytoweb.be/sites/default/files/content/FAQ%20Elektronische%20registratie%2020260220.pdf), read 2026-10-23
- [Agentschap Landbouw en Zeevisserij — Nieuwe regels gebruik triazolen](https://lv.vlaanderen.be/nieuws/nieuwe-regels-gebruik-triazolen-bufferzones-en-registratieplicht), read 2026-10-23
- [De Watergroep — registration of triazole-containing PPP/biocide use in designated West Flanders abstraction areas](https://www.dewatergroep.be/nl-be/triazoolregistratie), read 2026-10-23
